De week van de opvoeding is vandaag van start gegaan, het is je waarschijnlijk niet ontgaan. Een jaarlijks event waarbij vanuit Centrum Jeugd en Gezin feitelijk iedereen die met opvoeding te maken heeft, de kans krijgt een activiteit te organiseren. Dit jaar is het thema dat bij de week hoort contact. Ik heb al een aantal workshops, lezingen en artikelen over het onderwerp voorbij zien komen vanmorgen en ondertussen is mijn belangstelling overgegaan in verwarring. Ik twijfel niet aan de goede intentie van dit initiatief, heus niet. Het is meer de woordkeuze die mij in deze roerige tijden triggert..

Mag ik u een hand geven?

Ik heb ruim 10 jaar in Amsterdam gewoond, 3 hoog achter in Oud-Zuid. Op een bepaald moment had ik een leenauto van de garage terwijl die van mij gerepareerd werd, en mijn parkeervergunning was dus even niet beschikbaar. Toen ik naar een parkeerautomaat liep, kwam ik tot de ontdekking dat ik niet genoeg klein geld had. Ik sprak de eerste de beste voorbijganger aan en vroeg of hij misschien kon wisselen. De meneer in kwestie kon dat en een minuut later kon ik een bonnetje achter mijn ruit leggen. Nadat ik het portier van de auto had dicht gegooid, hoorde ik een stem achter me. “Mag ik u een hand geven?”

Verbaasd kijk ik achterom en zie het gezicht van de man bij wie ik net gewisseld heb. Ik weet niet zo goed wat ik moet zeggen of verwachten, dus reik ik hem mijn hand en kijk hem afwachtend aan. Met tranen in zijn ogen vertelt hij me dat hij al jaren naar de gebedsruimte bij mij om de hoek komt. In al die jaren is hij door niemand aangekeken op straat, laat staan aangesproken. Iedereen loopt met een boog om hem heen en daaraan was hij eigenlijk al min of meer gewend geraakt. Ik ben de eerste die hem aanspreekt en hem als een gelijkwaardig mens behandelt en dat raakt hem diep. En dat raakt mij. We schudden elkaar een paar minuten de hand en gaan dan ieder onze weg. Ik heb tijd nodig om te verwerken wat hier nou net is gebeurd.

Verlangen

Het is ondertussen zeker 10 jaar geleden, misschien wel 15 jaar. Nog steeds brengt het heel wat in me naar boven. Het heeft me op een of andere manier echt pijn gedaan. Ik kon het verdriet en de onmacht voelen. Het verlangen, het gemis. Het was allemaal in zijn ogen af te lezen.

Nog steeds zijn er veel mensen die hun uiterste best doen mensen te negeren of uit te schelden. Nog steeds zijn er veel mensen die zich niet gezien voelen op straat, of waar dan ook. We weten allemaal dat het waar is toch? Zullen we daar gewoon eerlijk over zijn?

Ik durf toe te geven dat ik vanaf dat moment bewust van niemand meer wegkijk. Ik kwam er namelijk achter dat ik dat wel degelijk deed. Wat ik me op dat moment ook realiseerde, is dat ik weliswaar iedereen als gelijk zie en het beste gun, maar dat ik tegelijkertijd geen enkele vriend of vriendin heb met een andere achtergrond dan de mijne. Ik heb geen vrienden met Marokkaanse, Turkse, Iraanse of Surinaamse achtergrond. Wat integratie betreft scoor ik dus geen hoog cijfer. Toch? Is het voldoende dat ik iedereen welkom heet en accepteer en liefheb? Of is dat zoiets als de woorden en niet de daden?

Opvoeding en contact

Ik weet het niet en vind het moeilijk. Ik weet dat ik hierin niet de enige ben. Overal om ons heen spelen zich grote problemen af. Er is veel onbegrip, angst en haat. Er wordt veel geschreeuwd en weinig geluisterd. Over een maand zijn de verkiezingen in de Verenigde Staten, in maart zijn wij aan de beurt. Ik houd mijn hart vast.

Terug naar het begin. Over opvoeding en contact. Zullen we hierbij inzien en dan ook écht inzien en waarderen dat kinderen hierin niets te leren hebben? Dat zij de kunst van het zich ontwikkelen en van het contact maken als geen ander beheersen? Dat wij volwassenen het juist zijn die opgevoed dienen te worden? Dat wij volwassenen opnieuw moeten en mogen leren wat contact wezenlijk inhoudt? Zullen we dat doen? Dan kunnen we die kinderen lekker laten spelen en groeien. Dat is hun taak. Laten wij de onze uitvoeren en dat is hen een veilige en gezonde toekomst bieden. Deal?

Vergelijkbare berichten