Ze wordt op een dag wakker en voelt zich anders. Ze kan haar vinger er niet precies op leggen, maar het voelt niet fijn. ‘Hoezo kijken ze zo naar me? Ben ik soms raar?’ ‘Pap, doe die deur dicht, ik wil even alleen in de badkamer!’ ‘Wat ik nu met Evy heb besproken mag echt niemand anders weten, dit is ons geheim. Ze is mijn BFF.’ ‘Wat ziet papa er stom uit zeg, die jas kan echt niet, ik schaam me dood.’ Ik ben heel boos en heel verdrietig. Ik ben bang, maar weet niet waarvoor. Ik voel me ook wel stoer. Mama is de liefste, maar ze moet me wel met rust laten. Behalve als ik het allemaal niet meer weet, dan wil ik dat ze me vasthoudt. 

Het meisje heet Saar. Een paar maanden geleden werd ze 9 en ze gaat lekker. Saar heeft vriendinnen, is een blij meisje, gaat graag naar school en leeft zich uit op het hockeyveld. In de zomer gaat ze ook vaak skeeleren met haar buurmeisjes en dat vindt ze heerlijk. Niets aan de hand.

PUBEREN, NU AL?

En toch zitten haar ouders bij mij aan tafel. Ze begrijpen er niets van. “Van de een op de andere dag lijkt ze aan het puberen geslagen. Dat kan toch niet op die leeftijd? Ze is heel brutaal en boos en er zijn dagen dat we haar gewoon bijna niet herkennen. Het rare is dat ze gisteren opeens weer bij me op schoot kroop en kwam knuffelen. Ik weet niet hoe ik hiermee om moet gaan. Ik hoor van andere ouders dat je streng moet zijn, kaders stellen. Dat doen we wel, maar het voelt niet altijd goed. Na een woedeaanval, is ze zo verschrikkelijk verdrietig en dan heb ik zo met haar te doen. Ze zit zichzelf aardig in de weg.”

De ouders van Saar willen weten hoe ze haar kunnen aanpakken zonder elke dag de politieagent uit te hoeven hangen. Ze maken zich ook wel zorgen of het wel goed met haar gaat, omdat ze de laatste weken veel over de dood praat.

HET IS EEN FASE

Ik raak als moeder wel eens geïrriteerd als anderen het gedrag en je zorgen om mijn kind niet serieus lijken te nemen en het slechts een fase noemen. Dat lost niks op en daar heb ik niets aan. Tegelijkertijd is het ook wel weer troostend als anderen het herkennen. Bovendien relativeert het lekker weg: “Het is een faaaaase!”

Soms ís het echter niet zomaar een fase. De ontwikkelingsfase van het kind rond 9 jaar is een gezonde ontwikkeling, maar wel een heftige. Voor de omgeving, maar vooral voor het kind zelf. Er wordt absoluut een beroep op ons ouders gedaan in deze fase. Er zijn andere behoeften dan voorheen. Wij ouders worden weggeduwd, terwijl we juist heel erg nodig zijn.

DE MAGISCHE WERELD VAN HET KIND

Het jonge kind leeft in een magische wereld. Onderscheid tussen realiteit en fantasie is er niet of nauwelijks. De wereld is een vrolijke speeltuin waarin ontdekt mag worden. Liefde, aandacht, spelen, eten, het is allemaal even vanzelfsprekend. Het jonge kind is -veelal- zonder zorgen. Onschuldig is het ook. Zich van geen kwaad bewust. Mensen zijn lief, dieren zijn lief, we zijn lief voor elkaar. Vooroordelen en afwijzing komen niet in hun vocabulaire voor. Sinterklaas brengt cadeaus mee uit Spanje, iedereen mag naar me kijken als ik op de wc ziet en niets leuker dan in mijn blote billen spelen. Schaamte en gene bestaan nog niet of nauwelijks.

EERDERE ONTWIKKELINGEN

Eerste stappen zijn wel degelijk gezet. Samen kijken we naar wat Saar allemaal heeft laten zien. “Weet je nog toen ze 2 was en opeens IK en NEE ging zeggen?” Dat is een eerste stap. “Weet je nog toen ze 3 was en alles zelluf wilde doen?” Dat was ook een gezonde beweging richting zelfstandigheid. De vader van Saar vertelt verder. “Toen ze naar groep 3 ging veranderde haar gezicht. Van het ronde kleutersnoetje naar het smalle gezichtje met af en toe die ernstige blik. Ze begon met tanden wisselen en kreeg een sterkere wil. Niet de hele klas werd meer uitgenodigd voor haar feestje.”  Ik leg uit dat haar bewustzijn groeide. Haar wereld werd groter, maar haar bubbel maakte ze soms wat kleiner. Ik vraag of Saar haar tekeningen ondertekent met haar naam, adres, Den Haag, Nederland, Europa, Wereld, Heelal. Moeder knikt instemmend. 

KEIHARDE REALITY CHECK

Wat heeft Saar al ontzettend veel geleerd en ontwikkeld. Het is best goed om daar soms eens bij stil te staan.

En nu is ze 9. Ik noem het de leeftijd van de Reality Check. Saar komt erachter dat Sinterklaas niet bestaat en dat ze hierin voor de gek is gehouden. Door haar ouders, door de juf, door televisie, iedereen! Anderen zíen haar niet alleen, maar vínden ook iets van haar. Net zoals zij opeens van alles van anderen vindt. Er ontstaan kliekjes en geheimen. Er wordt gepest. Jongens zijn stom. De scheiding tussen zichzelf en omgeving wordt duidelijk, terwijl het verlangen erbij te willen horen groot is. Ze ervaart zichzelf nu als centrum van haar zijn en de rest van de wereld om haar heen. Dat biedt een wezenlijk ander perspectief en vraagt om onderzoek. Het kind van 9 gaat grenzen opnieuw verkennen, ziet ouders voor wie ze zijn (ai..) en gaat op een andere manier een nieuw fundament bouwen om op te kunnen gaan bouwen.

VRAGEN EN PRATEN OVER DE DOOD

En alsof dat allemaal nog niet genoeg was, gaat opa dood. Saar ontdekt dat de dood onomkeerbaar is en dat we allemaal doodgaan. Daar had ze nog nooit echt op die manier bij stilgestaan. In deze fase wordt ook het gevoelsleven van het kind actiever en voller. Het aantal bewuste emoties groeit en worden gelijk in het diepe gegooid.

ONZEKER EN ANGSTIG

‘s Avonds ligt ze uren te malen en kan hierdoor niet slapen. Dit helpt haar humeur natuurlijk niet. Bovendien is het op school dan extra moeilijk om zich te concentreren. Waarom zou ze überhaupt moeite doen om te leren? Wat is het nut ervan?

Ik denk dat je je kunt voorstellen dat dit veel is om te dragen. Bij bijna alle kinderen brengt dit onzekerheid en angst, regelmatig zelfs agressief gedrag. Nogmaals, het is een proces dat binnen een gezonde ontwikkeling past. De woorden om dit te duiden liggen niet binnen het bereik. Hooguit op de momenten dat de frustraties heel hoog oplopen, komen er flarden uit. Puberachtige boze woorden. Over stom, laat me met rust, je begrijpt me toch niet, voor mij hoeft het op deze manier niet.

WAT KUNNEN OUDERS DOEN?

Wat de taak van de ouders van Saar is, is haar zien. Zien voor wie en wat ze is. Een meisje van 9. Ouder dan ze was, jonger dan ze zal worden. Het grote loslaten is begonnen. Het is fijn als zij begrijpen dat het boze gedrag geen pesten is, maar onmacht. Doe je best achter het gedrag je kind te blijven zien en lief te hebben.

Wij volwassenen mogen voorleven dat het leven het waard is geleefd te worden. Dat het prachtig en interessant is. Dat het vanzelf gaat én moeilijk is. Dat er goede en slechte dagen zijn, en dat we dat kunnen dragen. Dat het erbij hoort. Laat jezelf zien. Laat je kind zien hoe jij het leven leeft. Geef haar op deze manier het vertrouwen dat het echt de moeite waard is en dat zij dit ook kan. Knuffel waar je knuffelen kunt, troost waar je troosten kunt, laat los wat je loslaten kunt. In vertrouwen en met liefdevolle aandacht voor je kind. 

OP AVONTUUR

Ik vind het beeld van uitzwaaien op Schiphol op een of andere manier een passend beeld. Tranen door de lach heen, steeds verder weg en vooral om blijven kijken en zwaaien. Geen idee wat komen gaat, maar zin hebben in het avontuur. Voelen dat het tijd is en weten dat je altijd op je ouders kunt terugvallen. In het klein is dat de situatie van het kind van 9.

Vergelijkbare berichten